We brachten zonet ‘genieten’ naar een heel ander level: dat van de Hamams of Turkse badenhuizen. Een Turks brood is iets dat ze in de Brederodestraat hebben verzonnen maar het Turkse stoombad bestaat echt! Via een zijingang (de echte is voor de mannen) worden we ondergedompeld in een wereld van nevel en warmte. In de entree verwelkomt een gezellig keuvelend groepje halfnaakte, goed in het vlees zittende, vrouwen ons. Geen gêne. We worden in een kleedkamertje geduwd, krijgen een vodje dat in een vorig leven een stukje van een vast heel mooi tafelkleed was en een stel slippers dat me even doen twijfelen om alles maar te vergeten (het afgeknaagde soort), maar ik ga door. Vodje omgeslagen, slippers aan m’n voeten, op naar het bad-gedeelte. Binnen is het prachtig. Het geheel is van marmer, bestaat uit een aantal verschillende kamers met koepels waar via kleine ronde gaten licht naar binnen schijnt. Een aantal vrouwen wast, wordt gewassen, of zit tegen de muur waaraan verschillende marmeren ‘lavabo’s’ vastzitten en waarin non-stop water vloeit. We kijken hier duidelijk niet op een druppel meer of minder. Het water is een mix van gloeiend heet (waarom moest ik nu ook net daar mijn hand onder steken) en koud. Je wordt daar dus even gedropt, vrouwtjes gooien badjes water over je heen en laten je verder met rust zodat je jezelf met badjes water kunt overgieten. Het wordt ondertussen al behoorlijk warm.
Na een tijdje worden we vriendelijk verzocht om op de marmeren steen in het midden van de ruimte te gaan liggen, ‘Schlafen, schlafen’ blijft ons vrouwtje maar zeggen. Aight, doen we. Wauw, heet, dat ding wordt verwarmd! Heerlijk, in het begin, dan wordt het toch wel heel warm, ik draai me een keer om, misschien toch maar een keer terugdraaien, warm. Goed aan’t parelen. Na eerder lange tijd op de steengril (uiteindelijk toch wel geniaal) worden we onder handen genomen door de regulars van de hamam (zie je zo). Met een ruwe handschoen worden we letterlijk afgeschuurd, op het pijnlijke af, maar ik ben er zeker van dat geen enkele dode huidcel die behandeling heeft overleeft. Eerst op de buik, een tik op de billen en een veelzeggende blik betekent ‘draaien’, op m’n rug dan, en m’n armen krijgen nog eens aparte aandacht. Dan worden alle dode cellen van me afgespoeld en mogen we nog even verder grillen. Dan volgt een inzeepsessie. Eigenlijk is het een zeep-massage, heerlijk. Nadat deze is afgelopen is er uiteraard weer de cup-shower en dan … worden m’n haren gewassen. Na enkele haar-gerelateerde jeugdtrauma’s ben ik niet zo happig op mensen dia aan m’n haren zitten en dit vrouwtje sure did me al die leuke trauma’s even herbeleven. Maar ze zijn schoon nu, kraaknet.
Helemaal knock-out krijgen we een handdoek omgeslagen en worden we opnieuw naar de binnenplaats geleid om rustig te bekomen. We voeren in ons vrouwtje haar best-wel-ok-Duits en ons ongeveer-onbestaande-Duits nog een ‘gesprekje’ en beloven hen om snel weer te komen. Volledig verdwaasd en ontnomen van al onze krachten, slepen we onszelf naar de moskee om de hoek en laten we het allemaal nog even bezinken. Nagenieten op het zonovergoten binnenplein. Laten we dit het begin van een zondags ritueel noemen.
Hmm zalig!
BeantwoordenVerwijderenGelukkig ben je niet meer ziek! En kan je van de zon genieten :)
Dat probeer ik hier ook te doen.
Xx